De succescontrole

Monitoring voor alle drie de doelsoorten

Tellen, meten, documenteren, observeren en evalueren - bij monitoring worden bijvoorbeeld gegevens over het aantal individuen van een soort over een langere periode in een bepaald gebied verzameld. De evaluatie van de gegevens geeft informatie over hoe de populatie van deze soort zich in een bepaalde periode ontwikkelt.

De maatregelen die in het kader van het project worden genomen, worden gecontroleerd met monitoring en kunnen, indien nodig, gecorrigeerd worden tijdens de projectfase. Bij aanvang van het project zullen voorstudies worden uitgevoerd in de gebieden waarvoor onvoldoende gegevens beschikbaar zijn. Met bepaalde tussenpozen en aan het einde van het project worden de gegevens opnieuw verzameld.

Individuen van een soort in een gebied kunnen op verschillende manieren worden geregistreerd: paailijnen (rugstreeppad) en paaipakketten (geelbuikvuurpad) worden geteld. Kikkervisjes kunnen worden geregistreerd met behulp van visvallen, maar kunnen ook overdag (rugstreeppad) of 's nachts (vroedmeesterpad) worden geteld. Volwassen dieren kunnen via hun roepen bijna kwantitatief worden "ondervraagd" tijdens het paaiseizoen. Waarnemingen worden ook gedocumenteerd. Gebieden worden specifiek gescand en bekende schuilplaatsen worden overdag gecontroleerd.

Geelbuikvuurpad-Monitoring

De monitoring dient zoveel mogelijk te bepalen waar en hoeveel dieren van welke soort voorkomen. In het geval van de geelbuikvuurpad kan dit worden beoordeeld aan de hand van een capture-recapture onderzoek. De geelbuikvuurpadden worden individueel vastgelegd met behulp van foto's van de buikzijde. De evaluatie over meerdere jaren laat ook zien of en hoeveel dieren migreren naar gebieden waar nieuwe wateren zijn ontstaan.

Type aanwezig - ja of nee?

Bij de kwalitatieve registratie van rugstreeppadden en vroedmeesterpadden worden wateren en hun omgeving zo mogelijk één keer per jaar op larven en volwassen dieren gezocht. Roepers worden ook geregistreerd.

Hoe ontwikkelt zich een populatie?

Om informatie te verkrijgen over de ontwikkeling van de populaties, worden geselecteerde gebieden semi-kwantitatief onderzocht voor en na de implementatie van maatregelen. De opname vindt plaats op een bepaald aantal data in een seizoen door middel van "ondervraging", visuele observatie en deels door een visval. Samen met een beoordeling van het leefgebied en het vastleggen van stoornissen in het gebied voor de soort kan de zogenaamde staat van instandhouding worden bepaald.

Ook u kunt bijdragen

Vindt of hoort u een geelbuikvuurpad, rugstreeppad of vroedmeesterpad of ontdekt u larven in wateren, dan zouden we het geweldig vinden als u ons laat weten wat u heeft gevonden.

Kontrolle der Amphibienreusen im Steinbruch GehlenMet emmer- en flessen kunnen larven worden gevangen, geïdentificeerd en geteld. © Biologische Station StädteRegion Aachen e.V.
Gelbbauchunken-MonitoringBij geelbuikvuurpadden is het zwart-gele patroon op de buikzijde voor elk dier individueel. Individuele dieren kunnen hierdoor worden geïdentificeerd. Hiervoor wordt de buikzijde gefotografeerd en worden de foto's van verschillende controles vergeleken. © Biologische Station StädteRegion Aachen e.V.
Gelbbauchunken-MonitoringIn sommige gevallen worden de dieren ook gemeten. © Biologische Station StädteRegion Aachen e.V.

Bettina Krebs

Projectbeheer

02402-12617-0

bettina.krebs@bs-aachen.de